Betekenis van:
farmer

farmer
Zelfstandig naamwoord
landbouwer; vrouw die op een boerderij werkt; eigenaar v.e. farm; agrariër
a person who operates a farm

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

farmer
Zelfstandig naamwoord
United States civil rights leader who in 1942 founded the Congress of Racial Equality (born in 1920)

Synoniemen

farmer
Zelfstandig naamwoord
an expert on cooking whose cookbook has undergone many editions (1857-1915)

Synoniemen