Betekenis van:
ginger

ginger
Zelfstandig naamwoord
  • de wortelstok van een tropische plant die, gedroogd en veelal gekonfijt, als bijgerecht en geneesmiddel dient
  • pungent rhizome of the common ginger plant; used fresh as a seasoning especially in Asian cookery

Synoniemen

Hyperoniemen

ginger
Zelfstandig naamwoord
    • liveliness and energy

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    ginger
    Zelfstandig naamwoord
      • dried ground gingerroot

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      ginger
      Zelfstandig naamwoord
        • perennial plants having thick branching aromatic rhizomes and leafy reedlike stems

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to ginger
        Werkwoord
          • add ginger to in order to add flavor
          "ginger the soup"

          Hyperoniemen

          ginger
          Bijvoeglijk naamwoord
          • rosharig
          • (used especially of hair or fur) having a bright orange-brown color
          "a man with gingery hair and bright blue eyes"
          "a ginger kitten"

          Synoniemen