Betekenis van:
het

het
Bijvoeglijk naamwoord
    • made warm or hot (`het' is a dialectal variant of `heated')
    "he was all het up and sweaty"

    Synoniemen


    Voorbeeldzinnen

    1. Dit is hier het geval.’
    2. + uitkomst van het interne model
    3. Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland;
    4. College van Beroep voor het Hoger Onderwijs
    5. Vervangingsfonds en bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs (VF);
    6. Vice-Voorzitter van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement,
    7. Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs
    8. Institut royal du Patrimoine culturel — Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium
    9. Conseil central de l'Economie — Centrale Raad voor het Bedrijfsleven
    10. Interventieproducten in het bezit van … (naam en adres van het interventiebureau) — bestemd voor opslag in … (betrokken land en adres van de opslagplaats).
    11. in Dutch:‘in [naam van het ultraperifere gebied] te gebruiken certificaat’
    12. Verlaging van het gemeenschappelijke douanetarief overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1396/98.
    13. de Laat/Bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen’, ECR 2001, pp. I-2229 et seq.
    14. Verlaging van het gemeenschappelijke douanetarief overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1396/98. —
    15. In Dutch Restitutie voor ten hoogste … (hoeveelheid waarvoor het certificaat is afgegeven)