Betekenis van:
innocence

innocence
Zelfstandig naamwoord
  • het geen schuld hebben aan iets
  • a state or condition of being innocent of a specific crime or offense
"the trial established his innocence"

Hyperoniemen

Hyponiemen

innocence
Zelfstandig naamwoord
    • the state of being unsullied by sin or moral wrong; lacking a knowledge of evil

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    innocence
    Zelfstandig naamwoord
    • argeloosheid, naïveteit, naïviteit, onbedorvenheid, onschuld
    • the quality of innocent naivete

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    innocence
    Zelfstandig naamwoord
    • onschadelijkheid
    • the quality of innocent naivete

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen