Betekenis van:
intimacy

intimacy
Zelfstandig naamwoord
  • het niet algemeen bekend (mogen) zijn
  • close or warm friendship
"the absence of fences created a mysterious intimacy in which no one knew privacy"

Synoniemen

Hyperoniemen

intimacy
Zelfstandig naamwoord
  • vertrouwdheid
  • close or warm friendship
"the absence of fences created a mysterious intimacy in which no one knew privacy"

Synoniemen

Hyperoniemen

intimacy
Zelfstandig naamwoord
    • a feeling of being intimate and belonging together

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    intimacy
    Zelfstandig naamwoord
      • a usually secretive or illicit sexual relationship

      Synoniemen

      Hyperoniemen


      Voorbeeldzinnen

      1. He's afraid of intimacy.
      2. Their intimacy grew with the years.