Betekenis van:
moody

moody
Bijvoeglijk naamwoord
  • tochtig (van een geit)
  • showing a brooding ill humor
"he sat in moody silence"

Synoniemen

Hyperoniemen

moody
Bijvoeglijk naamwoord
  • in een slecht humeur zijn
  • subject to sharply varying moods

Synoniemen

Hyperoniemen

moody
Zelfstandig naamwoord
    • United States tennis player who dominated women's tennis in the 1920s and 1930s (1905-1998)

    Synoniemen

    moody
    Zelfstandig naamwoord
      • United States evangelist (1837-1899)

      Synoniemen