Betekenis van:
parallel

parallel
Bijvoeglijk naamwoord
  • parallel; evenwijdig
  • being everywhere equidistant and not intersecting
"parallel lines never converge"
"concentric circles are parallel"
parallel
Bijvoeglijk naamwoord
    • of or relating to the simultaneous performance of multiple operations
    "parallel processing"
    parallel
    Zelfstandig naamwoord
    • afstand ten noorden of zuiden van de evenaar in graden van de meridiaan
    • an imaginary line around the Earth parallel to the equator

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    parallel
    Zelfstandig naamwoord
    • iets dat evenwijdig loopt
    • an imaginary line around the Earth parallel to the equator

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    parallel
    Zelfstandig naamwoord
    • denkbeeldige cirkel over de aarde; breedtecirkel om de aarde
    • an imaginary line around the Earth parallel to the equator

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    parallel
    Zelfstandig naamwoord
      • (mathematics) one of a set of parallel geometric figures (parallel lines or planes)
      "parallels never meet"

      Hyperoniemen

      parallel
      Zelfstandig naamwoord
      • hoogtegraad
      • an imaginary line around the Earth parallel to the equator

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      parallel
      Zelfstandig naamwoord
        • something having the property of being analogous to something else

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to parallel
        Werkwoord
        • gelijklopen
        • be parallel to
        "Their roles are paralleled by ours"

        Hyperoniemen

        to parallel
        Werkwoord
          • make or place parallel to something
          "They paralleled the ditch to the highway"

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to parallel
          Werkwoord
            • duplicate or match

            Synoniemen

            Hyperoniemen