Betekenis van:
plague

plague
Zelfstandig naamwoord
  • plaag; verschrikkelijke plaats; grote ramp; iets zeer vervelends; ellende
  • any large scale calamity (especially when thought to be sent by God)

Hyperoniemen

plague
Zelfstandig naamwoord
  • door God gezonden straf
  • any large scale calamity (especially when thought to be sent by God)

Hyperoniemen

plague
Zelfstandig naamwoord
  • snelle uitbraak v.d. pest
  • a serious (sometimes fatal) infection of rodents caused by Yersinia pestis and accidentally transmitted to humans by the bite of a flea that has bitten an infected animal

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plague
Zelfstandig naamwoord
    • an annoyance
    "those children are a damn plague"

    Hyperoniemen

    plague
    Zelfstandig naamwoord
      • a swarm of insects that attack plants
      "a plague of grasshoppers"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      plague
      Zelfstandig naamwoord
        • any epidemic disease with a high death rate

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        plague
        Zelfstandig naamwoord
        • vloek
        • a serious (sometimes fatal) infection of rodents caused by Yersinia pestis and accidentally transmitted to humans by the bite of a flea that has bitten an infected animal

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to plague
        Werkwoord
        • proberen te krijgen; steeds lastigvallen
        • annoy continually or chronically

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to plague
        Werkwoord
        • tarten
        • annoy continually or chronically

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to plague
        Werkwoord
          • cause to suffer a blight

          Synoniemen

          Hyperoniemen