Betekenis van:
practiced

practiced
Bijvoeglijk naamwoord
  • vaardig; handig; geroutineerd; bedreven; ver gekomen; zeer bedreven en ervaren; goed
  • having or showing knowledge and skill and aptitude
"a practiced marksman"

Synoniemen

practiced
Bijvoeglijk naamwoord
  • gretig en vlug
  • having or showing knowledge and skill and aptitude
"a practiced marksman"

Synoniemen

Hyperoniemen

practiced
Bijvoeglijk naamwoord
  • kunstvaardig
  • having or showing knowledge and skill and aptitude
"a practiced marksman"

Synoniemen

Hyperoniemen

practiced
Bijvoeglijk naamwoord
    • skillful after much practice

    Synoniemen

    Werkwoord