Betekenis van:
ramp

ramp
Zelfstandig naamwoord
  • verschil in hoogte; verschil in hoogte
  • an inclined surface connecting two levels

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ramp
Zelfstandig naamwoord
  • opklapbare op- en afrit v.e. boot
  • an inclined surface connecting two levels

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ramp
Zelfstandig naamwoord
    • a movable staircase that passengers use to board or leave an aircraft

    Hyperoniemen

    ramp
    Zelfstandig naamwoord
    • aanbrug, pontbrug, pontklep
    • an inclined surface connecting two levels

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    ramp
    Zelfstandig naamwoord
    • vliegtuigtrap
    • an inclined surface connecting two levels

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    ramp
    Zelfstandig naamwoord
      • North American perennial having a slender bulb and whitish flowers

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to ramp
      Werkwoord
        • be rampant
        "the lion is rampant in this heraldic depiction"

        Hyperoniemen

        to ramp
        Werkwoord
          • furnish with a ramp
          "The ramped auditorium"

          Hyperoniemen

          to ramp
          Werkwoord
            • creep up -- used especially of plants
            "The roses ramped over the wall"

            Hyperoniemen

            to ramp
            Werkwoord
              • stand with arms or forelegs raised, as if menacing

              Hyperoniemen

              to ramp
              Werkwoord
                • behave violently, as if in state of a great anger

                Synoniemen

                Hyperoniemen