Betekenis van:
raucous

raucous
Bijvoeglijk naamwoord
  • schor; hees; hard en schor
  • disturbing the public peace; loud and rough
"a raucous party"

Synoniemen

raucous
Bijvoeglijk naamwoord
  • luiduchtig, rumoerig; luidruchtig, rumoerig; lawaai(er)ig
  • disturbing the public peace; loud and rough
"a raucous party"

Synoniemen

Hyperoniemen

raucous
Bijvoeglijk naamwoord
  • rumoerig
  • disturbing the public peace; loud and rough
"a raucous party"

Synoniemen

Hyperoniemen

raucous
Bijvoeglijk naamwoord
    • unpleasantly loud and harsh

    Synoniemen


    Voorbeeldzinnen

    1. Parliament members had a raucous argument over the Wiretapping Law.