Betekenis van:
relish

relish
Zelfstandig naamwoord
  • Oosters gerecht van zoetzure groente
  • spicy or savory condiment

Hyperoniemen

Hyponiemen

relish
Zelfstandig naamwoord
  • zin; sterke begeerte; begeerte
  • vigorous and enthusiastic enjoyment

Synoniemen

Hyperoniemen

relish
Zelfstandig naamwoord
  • vreemde, ongewone smaak die er niet bij hoort
  • the taste experience when a savoury condiment is taken into the mouth

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

relish
Zelfstandig naamwoord
  • tafelzuur, zuur
  • spicy or savory condiment

Hyperoniemen

Hyponiemen

to relish
Werkwoord
  • savoureren
  • derive or receive pleasure from; get enjoyment from; take pleasure in
"She relished her fame and basked in her glory"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to relish
Werkwoord
  • genieten, ophebben, smaken
  • derive or receive pleasure from; get enjoyment from; take pleasure in
"She relished her fame and basked in her glory"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen