Betekenis van:
snore

to snore
Werkwoord
  • tijdens de slaap een snorrend, zagend keelgeluid maken
  • breathe noisily during one's sleep
"she complained that her husband snores"

Synoniemen

Hyperoniemen

to snore
Werkwoord
  • ronken
  • breathe noisily during one's sleep
"she complained that her husband snores"

Synoniemen

Hyperoniemen

snore
Zelfstandig naamwoord
  • gesnurk, geronk, gesnork
  • the act of snoring or producing a snoring sound

Synoniemen

Hyperoniemen

snore
Zelfstandig naamwoord
    • the rattling noise produced when snoring

    Hyperoniemen