Betekenis van:
Duitser

Duitser (de ~ | meervoud Duitsers)
Zelfstandig naamwoord
  • scheldnaam voor een Duitser; inwoner Duitsland

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Namchongang was betrokken bij de aankoop van Japanse vacuümpompen die gesignaleerd zijn in een Noord-Koreaanse kerninstallatie, en bij de aankoop van nucleair materiaal via een Duitser.
  2. „Bekkay Harrach (ook bekend als a) Abu Talha al Maghrabi, b) al Hafidh Abu Talha der Deutsche („al Hafidh Abu Talha de Duitser”)).