Betekenis van:
Fransman

Fransman
Zelfstandig naamwoord
  • hevig lijden
  • iemand die altijd geluk heeft

Voorbeeldzinnen

  1. Hij is Fransman.
  2. Een Fransman bijvoorbeeld kan misschien moeilijk lachen om een Russische grap.
  3. De collega die getrouwd is met een Fransman, is naar Parijs.
  4. genaturaliseerd tot Fransman op 07/05/2008
  5. genaturaliseerd tot Fransman op 7/5/2008
  6. Een Duitse arts uit Berlijn trouwt met een Fransman en besluit een nieuw leven in Parijs op te bouwen.