Betekenis van:
Maas
maas
Zelfstandig naamwoord
- een van de geknoopte ringen waaruit een net bestaat
"De mazen van het net waren dusdanig beschadigd dat het net geboet moest worden."
maas
Zelfstandig naamwoord
- een van de geknoopte ringen waaruit een net bestaat
"De mazen van het net waren dusdanig beschadigd dat het net geboet moest worden."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Rivierverbindingas Rijn/Maas-Main-Donau [9]
- Rijn-Maas (2019) met de Lanaye-sluis als grensoverschrijdend deel
- Metaalgaas en traliewerk, maas ≥ 100 cm2, ijzer/staal, doorsnede draad ≥ 3 mm
- op geen enkele plaats in het net een afzonderlijke maas bevatten waarvan de wijdte groter is dan 300 mm, en
- op geen enkele plaats in het net een afzonderlijke maas bevatten waarvan de wijdte groter is dan 300 mm; en
- Onder knooploze netten wordt verstaan netten die bestaan uit mazen met vier zijden waarbij de zijden van iedere maas op de hoeken door elkaar heen zijn geweven.
- metaalgaas en traliewerk, op de kruispunten gelast, van draad waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede 3 mm of meer bedraagt en met een maas van 100 cm2 of meer
- „knooploze netten”: netten die bestaan uit mazen met vier zijden van ongeveer gelijke lengte waarbij de hoeken van de mazen worden gevormd door elkaar snijdende zijden van de maas die door elkaar heen zijn geweven;
- Een bovennetbeschermer met grote mazen bestaat uit een rechthoekig stuk want dat vervaardigd is van hetzelfde garen als de kuil, of van enkel, dik, knooploos garen, dat is vastgemaakt aan het achterste gedeelte van de bovenzijde van de kuil en dat de bovenzijde van de kuil geheel of gedeeltelijk bedekt, dat op al zijn delen, in natte toestand gemeten, mazen heeft die tweemaal zo groot zijn als die van de kuil, en dat slechts aan de voor-, zij- en achterkant van dat stuk want op een zodanige wijze aan de kuil bevestigd is dat iedere maas van dat stuk want samenvalt met vier mazen van de kuil.
- Een bovennetbeschermer met grote mazen bestaat uit een rechthoekig stuk want dat vervaardigd is van hetzelfde garen als de kuil, of van enkel, dik, knooploos garen, dat is vastgemaakt aan het achterste gedeelte van de bovenzijde van de kuil en dat de bovenzijde van de kuil geheel of gedeeltelijk bedekt, dat op al zijn delen, in natte toestand gemeten, mazen heeft die tweemaal zo groot zijn als die van de kuil, en dat slechts aan de voor-, zij- en achterkant van dat stuk want op een zodanige wijze aan de kuil bevestigd is dat iedere maas van dat stuk want samenvalt met vier mazen van de kuil.