Betekenis van:
aangeklaagde

aangeklaagde
Bijvoeglijk naamwoord
  • van aangeklaagd
aangeklaagde
Zelfstandig naamwoord
  • iemand tegen wie een aanklacht is ingediend
aangeklaagde (de ~ | meervoud aangeklaagden)
Zelfstandig naamwoord
  • beschuldigde; iemand die beschuldigd wordt; persoon die beschuldigd wordt; iemand die gedagvaard is; iemand die verdacht wordt

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Twee van de aangeklaagde ondernemingen hebben schuld erkend en een ervan moest een boete betalen.
  2. Het ICTY heeft daarentegen Zdravko TOLIMIR, van wie de inbeschuldigingstelling op 10 februari 2005 bekend is gemaakt, geplaatst op de lijst van aangeklaagde en voortvluchtige personen.
  3. Regionale en internationale samenwerking Voldoen aan bestaande voorwaarden en internationale verplichtingen Volledige medewerking verlenen aan het Joegoslavië-tribunaal (ICTY), dit geldt met name voor de Republika Srpska, vooral door aangeklaagde oorlogsmisdadigers aan het tribunaal over te dragen.