Betekenis van:
aangenaam

aangenaam
Bijvoeglijk naamwoord
  • een positief gevoel oproepend
"Een aangename gewaarwording."
aangenaam
Bijvoeglijk naamwoord
  • leuk; aangenaam, prettig; aangenaam, plezierig; met een positieve waardering; prettig; plezierig; prettig; heel prettig
"een aangename verrassing"
"het wordt morgen aangenaam warm"

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
  2. Het was moeilijk voor mij om aangenaam over te komen naar anderen toe.
  3. Het is aangenaam dwaas te doen op bepaalde tijdstippen
  4. Woning aangenaam koel in de zomer)
  5. Woning aangenaam warm in de winter
  6. Zo leren zij om te gaan met groepsgenoten en komen zij, vaak via de geluiden van soortgenoten, te weten welke situaties aangenaam dan wel gevaarlijk kunnen zijn.