Betekenis van:
aangenaam
aangenaam
Bijvoeglijk naamwoord
- een positief gevoel oproepend
"Een aangename gewaarwording."
Voorbeeldzinnen
- Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
- Het was moeilijk voor mij om aangenaam over te komen naar anderen toe.
- Het is aangenaam dwaas te doen op bepaalde tijdstippen
- Woning aangenaam koel in de zomer)
- Woning aangenaam warm in de winter
- Zo leren zij om te gaan met groepsgenoten en komen zij, vaak via de geluiden van soortgenoten, te weten welke situaties aangenaam dan wel gevaarlijk kunnen zijn.