Betekenis van:
aankoop

aankoop
Zelfstandig naamwoord
  • de daad van het aankopen
"De aankoop kon niet doorgaan omdat ik mijn geld was vergeten."
aankoop
Zelfstandig naamwoord
  • datgene wat men aankoopt
"Mijn vader kwam zijn nieuwste aankoop trots aan me tonen."
aankoop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het (aan)kopen; handeling van iets aanschaffen; de aankoop van iets; het aanschaffen; aankoop
"bij aankoop van"
"een aankoop doen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen