Betekenis van:
afkoelen
afkoelen
Werkwoord
- kouder worden
"Het water koelde langzaam af."
afkoelen
Werkwoord
- kouder doen worden
"Hij koelde de hete plaat af door er water op te gooien."
Voorbeeldzinnen
- Laat afkoelen en filtreer.
- Laat afkoelen tot kamertemperatuur.
- Kook enkele minuten, laat afkoelen en filtreer.
- Laat het mengsel afkoelen en decanteer het zuur.
- Verwijder de koeler en laat de kolf afkoelen tot kamertemperatuur.
- Kook een 2 %-oplossing van de gom en laat afkoelen.
- Stop met roeren en laat het mengsel minimaal 2 uur bij kamertemperatuur afkoelen
- Laat afkoelen, vul aan tot de streep met water, meng en filtreer.
- Laat de vaten gedurende 15 minuten in een water/ijsbad afkoelen.
- de alcoholdamp afkoelen in een geschikte (bv. roestvrijstalen) koeler waarin deze condenseert en wordt opgevangen;
- Neem de reageerbuis uit het waterbad en laat tot kamertemperatuur afkoelen.
- Tenslotte de filterkroes afzuigen en tezamen met het residu drogen, afkoelen en wegen.
- Kook nog twee uur nadat de oplossing helder en lichtgroen geworden is; laat vervolgens afkoelen.
- Laat even afkoelen, voeg 2 ml salpeterzuur (3.4) toe en verwarm zacht. Laat weer even afkoelen, voeg opnieuw een weinig salpeterzuur (3.4) toe en breng weer aan de kook.
- Kook gedurende 10 minuten, laat afkoelen en voeg 2 g kaliumjodide en 20 ml zwavelzuur (25 %) toe.