Betekenis van:
afwassen

afwassen
Werkwoord
  • (vuil) wegwassen
"het vuil van je kleren afwassen"

Hyperoniemen

afwassen
Werkwoord
  • de vaat schoonmaken
"borden afwassen"
"ik heb gisteren al afgewassen"

Synoniemen

Hyperoniemen

afwassen
Werkwoord
  • het schoonmaken van de vaat, zoals, messen, vorken, lepels, borden
"We waren om zeven uur aan het afwassen."
afwassen
Werkwoord
  • ''~ van'' iets ergens van af wassen
"Hij was zojuist de schmink van zijn gezicht aan het afwassen."