Betekenis van:
afzien

afzien
Werkwoord
  • iets zo lang bekijken dat het iem. niets meer te zeggen heeft
"het moois, het nieuwtje, de aardigheid enz. van iets afzien"

Hyperoniemen

afzien
Werkwoord
  • ''~ van'': besluiten iets niet te doen
"Hij zag af van zijn voornemen."
afzien
Werkwoord
  • lijden, ongemak doorstaan, o.a. in de sport
"Die laatste ronde was puur afzien."
afzien
Werkwoord
  • spieken