Betekenis van:
amper

amper
Bijwoord
  • nauwelijks.

Voorbeeldzinnen

  1. Ik kan amper wandelen.
  2. Uw ideeën zijn amper praktisch.
  3. De gewonde soldaat kon amper lopen.
  4. Ik kan amper verstaan wat hij zegt.
  5. Na de ramp was er amper nog water over op het eiland.
  6. Integendeel, deze producten maken doorgaans amper 10 % uit van de totale omzet van deze bedrijven.
  7. In 2006 bedroegen de beheersprovisies die Poste Italiane zijn betaald, amper 7126 EUR per postkantoor.
  8. Startinvesteringen zijn goed voor amper 6,5 % van de totale Britse risicokapitaalinvesteringen, ofwel minder dan 0,02 % van het BBP.
  9. … Zover was ik nog niet gekomen! …Vincent de La Bachelerie: Dat was noodzakelijkerwijs niet zo vanzelfsprekend, en wij hielden amper daadwerkelijk toezicht (…)”.
  10. Volgens de najaarsprognoses 2009 van de diensten van de Commissie zal het bbp in 2009 met 4,5 % krimpen en in 2010 met amper ¼ % groeien.
  11. Kleine en middelgrote ondernemingen zijn vaak onderworpen aan dezelfde regelgeving als grotere ondernemingen, doch hun specifieke behoeften op het gebied van financiële verslaggeving zijn amper geanalyseerd.
  12. De luchthaven beschikt, zoals reeds werd uiteengezet, amper over mogelijkheden om van of via haar overheidsaandeelhouders financiële middelen te krijgen, hetgeen een steunintensiteit van 100 % noodzakelijk maakte.
  13. Uit tabel 1 blijkt dat, terwijl de schulden toenamen, de kasstroom daalde en de omzet in amper 17 maanden daalde van 104 miljoen EUR tot 3 miljoen EUR.
  14. DHL zal de nieuwe zuidbaan slechts voor 19 % van de bedrijfstijd gebruiken, hetgeen overeenstemt met amper 9,4 % van de totale capaciteit van de luchthaven.
  15. Voor Korea wijst het extreem lage medewerkingsniveau — volgens de statistieken van Eurostat amper 2 % van de totale uitvoer — duidelijk op een weigering van medewerking door de grootste producenten/exporteurs.