Betekenis van:
antistof

antistof (de ~ | meervoud antistoffen)
Zelfstandig naamwoord
  • afweerstof in het lichaam; antistof; afweerstof in het lichaam
"antistoffen tegen [een ziekte]"
"antistoffen aanmaken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. "Immunotoxine" (1): een samenvoeging van een celspecifieke monoklonale antistof en een "toxine" of een "subeenheid van een toxine" die zieke cellen selectief aantast.