Betekenis van:
arbiter

arbiter (de ~ | meervoud arbiters)
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die bij wedstrijden het toezicht houdt op de naleving van de spelregels

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Indien een van de partijen, drie maanden na hiertoe een verzoek te hebben ontvangen, geen arbiter heeft aangewezen, of indien de arbiters geen voorzitter hebben kunnen kiezen, kan een van deze partijen de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties verzoeken de arbiter of de voorzitter van het arbitragehof aan te wijzen.
  2. Op 26 november 2004 verleende de DSB toestemming om de tariefconcessies en de hiermee verband houdende verplichtingen uit hoofde van de GATT 1994 ten aanzien van de Verenigde Staten te schorsen, overeenkomstig het besluit van de arbiter.
  3. Ieder geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst dat niet kan worden geregeld op de in lid 1 bedoelde wijze, wordt op verzoek van een van de partijen voorgelegd aan een arbitragehof dat als volgt wordt samengesteld: elk der bij het geschil betrokken partijen wijst een arbiter aan en deze arbiters wijzen nog een arbiter aan die voorzitter zal zijn.
  4. De arbiter stelde vast dat de schorsing door de Gemeenschap van concessies of ander verplichtingen, in de vorm van een aanvullend invoerrecht bovenop de geconsolideerde douanerechten, voor een lijst van producten van oorsprong uit de Verenigde Staten, die op jaarbasis een totale handelswaarde vertegenwoordigt die het bedrag voor de tenietdoening of uitholling niet overschrijdt, in overeenstemming was met de WTO-voorschriften.
  5. Zeevarenden aan wie geen geneeskundige verklaring is afgegeven of aan wie beperkingen in het werk zijn opgelegd, in het bijzonder op het vlak van tijd, soort werk of handelsgebied, moeten in de gelegenheid worden gesteld zich door een andere onafhankelijke arts of een onafhankelijke medisch arbiter te laten onderzoeken.