Betekenis van:
arrowroot
arrowroot
Zelfstandig naamwoord
- meel van de pijlwortel dat vaak wordt gebruikt als bindmiddel voor voedsel
"Met een papje van arrowroot krijg je deze saus nog best goed."
Voorbeeldzinnen
- Aardappelen en andere knollen (maniokwortel, arrowroot, cassave, bataten enz.), vers of gekoeld
- Arrowroot (pijlwortel), salepwortel en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel
- Maniokwortel, arrowroot (pijlwortel), salepwortel, aardperen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets; merg van de sagopalm