Betekenis van:
averechts

averechts
Bijvoeglijk naamwoord
  • in omgekeerde richting.
"Na de rechtse steek volg je met een averechtse."
averechts
Bijvoeglijk naamwoord
  • tegengesteld; tegengesteld; tegenovergesteld; dat tegenover staat; tegenovergesteld
"een averechts effect"
"hun goedbedoelde optreden had een averechtse uitwerking"

Synoniemen

Hyperoniemen

averechts
Bijvoeglijk naamwoord
  • aan de achterkant ingestoken; aan de achterkant ingestoken

Synoniemen

Hyperoniemen