Betekenis van:
bad-

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Zij nam toevalligerwijze een bad.
  2. Ik ga een bad nemen.
  3. Hij zingt graag in bad.
  4. Ik neem bijna elke dag een bad.
  5. Neem een bad en ga dan naar bed.
  6. Tijd voor een heet bad, en dan is het bedtijd.
  7. Het bad liep over terwijl ze aan de telefoon was.
  8. Het bad was niet warm genoeg dus kon ik er niet van genieten.
  9. Afdekkingen voor bad
  10. de stad Bad Dürkheim
  11. D-55508 Bad Kreuznach.
  12. Productie — Bad/afkoeling/koude behandeling
  13. Ultrasone sonde of ultrasoon bad (tafelmodel).
  14. Schweinaer Grund - Zechsteingürtel um Bad Liebenstein
  15. Landkreis Neustadt a. d. Aisch — Bad Windsheim