Betekenis van:
balloteren

balloteren
Werkwoord
  • stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
"Ze balloteerden over de toelating van meneer Jansen."
balloteren
Werkwoord
  • het heen en weer bewegen van een voorwerp in een vloeistof
"Het balletje balloteerde in het water."
balloteren
Werkwoord
  • ''(België)'' herstemmen
"Nadat ze voor de tweede keer geballoteerd hadden, werd hij toch toegelaten tot de vereniging."