Betekenis van:
bang maken

bang maken
  • Angst of aarzeling tengevolge van angst inboezemen.
bang maken
  • Voortbrengen van angst en vrees.
bang maken
  • Op een gewelddadige manier intimideren of domineren

Voorbeeldzinnen

  1. Hij is bang fouten te maken.
  2. Hij is bang fouten te maken.
  3. Wees niet bang om fouten te maken.
  4. Ik ben bang dat ik je boos zou maken.
  5. Ze was bang de baby wakker te maken.
  6. Je hoeft niet bang te zijn om fouten te maken.
  7. Wees niet bang om een fout te maken.
  8. Wees niet bang om fouten te maken als je Engels spreekt.
  9. Wees niet bang om fouten te maken wanneer je Engels spreekt.
  10. Je mag niet bang zijn om fouten te maken als je een vreemde taal leert.
  11. Als ik je wilde bang maken, zou ik je vertellen waar ik een paar weken geleden over gedroomd heb.