Betekenis van:
beker

beker (de ~ | meervoud bekers)
Zelfstandig naamwoord
  • drinkgerei, vaak cilindervormig
"een beker melk"
"de beker drinken"

Hyperoniemen

beker
Zelfstandig naamwoord
  • een cilindervormig voorwerp waaruit je kunt drinken
"De jongen hield de beker met twee handen vast."
beker
Zelfstandig naamwoord
  • trofee
"De winnaars toonden de beker aan het publiek."

Voorbeeldzinnen

  1. Beker
  2. een beker,
  3. De finale van de Beker van België voetbal, mannen
  4. Deze uiteindelijke maatregelen verschilden van de in 1999 aangemelde maatregelen omdat één evenement niet langer voorkwam op de lijst van aangemelde evenementen, namelijk de „beker voor bekerhouders”; dit toernooi is namelijk afgevoerd en heeft voor de laatste maal plaatsgevonden in 1998/1999.
  5. De andere aangemelde voetbalevenementen, waaronder de officiële wedstrijden van de Franse nationale voetbalploeg in het FIFA-programma, de finale van de UEFA-beker wanneer een Franse club die betrokken is bij een van de Franse kampioenschappen, speelt, de finale van de Franse voetbalbeker en de finale van de Champions League voetbal, vinden een bijzondere algemene weerklank in Frankrijk omdat voetbal de meest populaire sport is in dat land.