Betekenis van:
belemmeren

belemmeren
Werkwoord
  • een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt

Voorbeeldzinnen

  1. Niets zal mijn snood plan belemmeren.
  2. Niets zal mijn snood plan belemmeren.
  3. de ontruiming van het vliegtuig in noodsituaties kan belemmeren.
  4. de leden van het kajuitpersoneel niet belemmeren in de uitoefening van hun taken.
  5. Algemeen wordt erkend dat bepaalde vormen van marktfalen de omschakeling op digitale televisie kunnen belemmeren.
  6. moeten het zicht op het verloop van het werk zo min mogelijk belemmeren,
  7. de werkzaamheden van de bij UNSCR 1853 (2008) opnieuw ingestelde monitoring group belemmeren.
  8.  het belagen, weerstaan, intimideren, seksueel intimideren, beïnvloeden, hinderen of belemmeren van een erkende inspecteur of waarnemer;
  9. Het gebruik van deze tekens mag het intracommunautaire handelsverkeer geenszins belemmeren.
  10. noch transportkosten, noch invoerheffingen of nationale regelgeving belemmeren het internationale handelsverkeer in de betrokken producten;
  11. Deze onbevredigende situatie kan mogelijk een goed functioneren van het systeem voor risicobeheer belemmeren.
  12. Significante veranderingen in het saliniteitsregime (b.v. door constructies die de waterbeweging belemmeren, waterwinning).
  13. Steun mag de werking van de interne markt voor verzekeringsdiensten niet belemmeren.
  14. Volgens de klacht zouden bepaalde Braziliaanse handelspraktijken de invoer van coverbanden in Brazilië belemmeren [2].
  15. Verlichting die het zicht van de bestuurder kan belemmeren, mag alleen werken als het voertuig stilstaat.