Betekenis van:
beletten
beletten
Werkwoord
- iets of iemand storen in zijn/haar bezigheden
"De automobilisten begonnen te toeteren omdat de verhuisauto de doorgang belette."
Voorbeeldzinnen
- inspecteurs beletten hun taken te vervullen;
- Eventuele knielsystemen die op een voertuig zijn aangebracht, beletten:
- te beletten dat onbevoegden toegang krijgen tot het netwerk;
- Lid 1 verplicht lidstaten niet eigen onderdanen te beletten hun grondgebied binnen te komen.
- Dit mag de bevoegde autoriteiten niet beletten om tijdens de uitbetalingstermijn verdere herstructureringsinspanningen te leveren.
- Het ontgrendelen van de deuren moet het inschakelen van de tractie beletten.
- natuurlijke achtergrondconcentraties voor metalen en hun verbindingen, indien deze de naleving van de MKN beletten, en
- Het ontgrendelen van de deuren moet het inschakelen van de tractie beletten.
- De leden 1 tot en met 7 beletten de bevoegde autoriteiten niet om:
- De voorwaarde inzake het economische belang van de investering kan een dergelijke optimalisatie evenwel niet beletten.
- De lidstaten nemen de nodige maatregelen om binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van:
- De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van:
- De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van personen die:
- Originelen worden slechts verstrekt indien de geldende bepalingen van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, dat niet beletten.
- De toegang tot de luchtzijde wordt beperkt om onbevoegde personen en voertuigen te beletten deze zones binnen te komen.