Betekenis van:
beoefenen

beoefenen
Werkwoord
  • zich actief bezighouden met
"een sport beoefenen"
"dat spel werd in die tijd veel beoefend"

Hyperoniemen

beoefenen
Werkwoord
  • bij regelmaat zich in iets bekwamen
"De Elamitische taal wordt maar door zeer weinigen beoefend."