Betekenis van:
beroepsgeheim

beroepsgeheim (het ~ | meervoud beroepsgeheimen)
Zelfstandig naamwoord
  • geheimhoudingsplicht; geheimhoudingsplicht mbt. werk
"het beroepsgeheim van artsen"
"het beroepsgeheim schenden"

Synoniemen

Hyperoniemen

beroepsgeheim
Zelfstandig naamwoord
  • de plicht om te zwijgen over feiten en gegevens van derden, die iemand bij het uitoefenen van zijn beroep te weten is gekomen
"Schending van het beroepsgeheim is strafbaar volgens art. 272 van het Wetboek van Strafrecht."

Voorbeeldzinnen

  1. Beroepsgeheim
  2. Vertrouwelijkheid en beroepsgeheim
  3. Openbaarmaking van informatie en beroepsgeheim
  4. Beroepsgeheim en samenwerking tussen lidstaten
  5. Beroepsgeheim en uitwisseling van informatie
  6. Uitwisseling van informatie en beroepsgeheim
  7. Het beroepsgeheim geldt inzonderheid voor het volgende:
  8. Beroepsgeheim en regelgevende samenwerking tussen lidstaten
  9. Bescherming van het beroepsgeheim en van persoonsgegevens
  10. BEROEPSETHIEK, ONAFHANKELIJKHEID, OBJECTIVITEIT, VERTROUWELIJKHEID EN BEROEPSGEHEIM
  11. Afdeling 2 Uitwisseling van informatie en beroepsgeheim
  12. bewaring van het beroepsgeheim door het personeel;
  13. Deze gegevens vallen onder het in lid 1 bedoelde beroepsgeheim.”;
  14. Deze gegevens vallen onder het in lid 1 bedoelde beroepsgeheim.
  15. waarmee een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim zou worden onthuld;