Betekenis van:
beslag

beslag (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • versiering van meubels of boeken
"een gouden/koperen beslag"

Hyperoniemen

Hyponiemen

beslag (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vloeibaar mengsel
"het beslag maken"
"beslag voor [pannenkoeken]"

Hyperoniemen

beslag
Zelfstandig naamwoord
  • een confiscatie
"De televisie wordt in beslag genomen."
beslag
Zelfstandig naamwoord
  • vloeibaar deeg
"Oma heeft weer beslag gemaakt voor oliebollen."
beslag
Zelfstandig naamwoord
  • kleine metalen elementen zoals krukken, knoppen, schilden, rozetten, sleutelgatplaatjes op deur of raam
"Het beslag werd als een stelpost in de begroting opgenomen."
beslag (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • arrest; het in bezit of gebruik nemen; wegnemen van zaken door justitie; beslaglegging op geld of goederen
"beslag aanzeggen"
"in beslag nemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

beslag
Zelfstandig naamwoord
  • dichte vloering van rijshout, riet enz. waarmee een oever is bekleed

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Scharnieren, bevestigingsmateriaal en beslag
  2. Beslag door stimuleringsactiviteiten
  3. Beslag basisvermogen (= a/c)
  4. Opmerkingen bij beslag (facultatief) …
  5. conservatoir beslag op het vaartuig;
  6. conservatoir beslag op het vaartuig.
  7. Beslag totaal eigen vermogen (= b/d)
  8. beslag voor meubelen, carrosserieën en dergelijke
  9. Beslag eigen vermogen WestLB (= a/c)
  10. andere garnituren, beslag en dergelijke artikelen
  11. Garnituren, beslag, ..., voor auto's, van onedel metaal, n.e.g.
  12. Beslag voor meubelen, carrosserieën en dergelijke, van kunststof
  13. Garnituren, beslag, ..., voor meubelen, van onedel metaal, n.e.g.
  14. Fiscaal beslag was derhalve geen optie voor het belastingkantoor.
  15. Garnituren, beslag, ..., voor gebouwen, van onedel metaal, n.e.g.