Betekenis van:
beter
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- We kunnen beter gaan.
- Je bent beter geworden.
- Hoe meer, hoe beter.
- Het is beter.
- Ge zoudt beter slapen.
- We speelden beter.
- Vroeger was alles beter.
- Iets is beter dan niets.
- Voelt ge u beter vandaag?
- Je ziet beter dan ik.
- Voorkomen is beter dan genezen.
- Hij zal snel beter worden.
- Altijd beter
- U zou beter wat voorzichtiger zijn.
- Ik zou beter niet uitgaan vanavond.