Betekenis van:
bevoegdheid

Zelfstandig naamwoord

bevoegdheid (de ~ | meervoud bevoegdheden)
recht om iets te doen
"eerstegraads/tweedegraads bevoegdheid"
"de bevoegdheid (hebben) om [iets] te [doen]"

Hyperoniemen

Hyponiemen