Betekenis van:
bewijsstuk

bewijsstuk (het ~ | meervoud bewijsstukken)
Zelfstandig naamwoord
  • voorwerp als bewijs
"dan vraag ik nu bewijsstuk nummer 7a, zei de advocaat"
"een vals bewijsstuk"

Hyperoniemen

Hyponiemen

bewijsstuk
Zelfstandig naamwoord
  • een stuk waarin iets als waar wordt gesteld
"De politie vond vele bewijsstukken die duiden op moord."