Betekenis van:
blijkbaar

blijkbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • duidelijk
"Dat was toch wel een blijkbare vergissing."
blijkbaar
Bijwoord
  • kennelijk
"Zij heeft blijkbaar te veel gedronken."

Voorbeeldzinnen

  1. Blijkbaar is er iets gebeurd.
  2. Blijkbaar begon haar moeder te schreeuwen.
  3. Blijkbaar werden in veel gevallen dezelfde kantoorruimten gebruikt.
  4. Nationale identiteitskaart nr.: beschikt blijkbaar over twee identiteitskaarten
  5. De begunstigde had blijkbaar al eerder dergelijke steun ontvangen.
  6. Voor steunmaatregel 2 is blijkbaar aan drie van de voorwaarden van de herstructureringsrichtsnoeren niet voldaan.
  7. Hoewel blijkbaar 86 % van de werkzaamheden is gerealiseerd, is WRJ nooit begonnen met de productie.
  8. Er worden orofarynxswabs en cloacaswabs voor virologisch onderzoek genomen bij blijkbaar gezonde vrij levende vogels.
  9. Het drukken van reclame voor Duitse klanten vindt blijkbaar grotendeels in Duitsland plaats.
  10. Daarbij wordt blijkbaar aangenomen dat de noodzaak van de steun niet is onderzocht.
  11. De brieven van de financiële tussenpersonen geven blijkbaar ook het brutorendement weer (zie de brief van […] van 4 oktober 2006).
  12. Vervolgens wist de onderneming blijkbaar enige activa te verkopen en daalde de schuld per ultimo 2005 tot 20,87 miljoen PLN.
  13. In dit geval hebben de aandeelhouders van WestLB blijkbaar onderling de door WestLB te betalen vergoeding afgesproken, hetgeen ongebruikelijk lijkt.
  14. Zoals hierboven aangegeven, was de verandering in het handelspatroon blijkbaar te wijten aan de verzending via Indonesië en Maleisië.
  15. Elk influenza A-virus heeft één HA- en één NA-antigeen en blijkbaar kunnen alle combinaties voorkomen.