Betekenis van:
bloed

bloed (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • rode vloeistof die circuleert in het lichaam van mensen en hogere dieren
"baden in het bloed"
"kwaad bloed zetten (bij..)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bloed
Zelfstandig naamwoord
  • lichaamsvocht dat rondstroomt in de slagaderen en aderen ter verspreiding van zuurstof en andere voor de levensprocessen onontbeerlijke stoffen
"Het bloed vervoert zuurstof van de longen naar de lichaamscellen."
bloed
Zelfstandig naamwoord
  • ''(enkel als verkleinwoord: ''bloedjes'')'' in ''bloedjes van kinderen'': kinderen van mijn eigen vlees en bloed
bloed
Zelfstandig naamwoord
  • ''(enkel als datief: ''bloede'')'' in ''in koelen bloede'', ''van den bloede'' en ''van koninklijken bloede''

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Het is geen bloed. Het is biet.
  2. Hij is een man van nobel bloed.
  3. Het hart dient om bloed te pompen.
  4. Ze zijn gefascineerd door bloed en geweld.
  5. Ik ben vandaag bloed wezen geven.
  6. Welke kust kent ons bloed niet?
  7. bloed geven;
  8. bloed geven,
  9. menselijk bloed
  10. bloed, vloeibaar
  11. Dierlijk bloed
  12. Bloed van gekweekt vederwild
  13. Bloed van pluimvee
  14. Bloed en bloedproducten
  15. van varkens:– bloed: