Betekenis van:
boosheid

boosheid
Zelfstandig naamwoord
  • de hoedanigheid van het boos zijn
"Schelden uit boosheid."
boosheid
Zelfstandig naamwoord
  • de hoedanigheid van het kwaadaardig zijn

Voorbeeldzinnen

  1. Boosheid is een korte woede