Betekenis van:
botsing

botsing (de ~ | meervoud botsingen)
Zelfstandig naamwoord
  • het botsen
"een botsing van [twee werelden/een fiets en een auto]"
"een botsing tussen [een deeltje] en [een foton]"

Hyperoniemen

botsing
Zelfstandig naamwoord
  • het botsen
"Er was gisteren weer een frontale botsing op de snelweg."
botsing
Zelfstandig naamwoord
  • een conflict of ruzie
"Zij kwamen weer eens in botsing met elkaar."

Voorbeeldzinnen

  1. Botsing
  2. (Frontale botsing)
  3. Frontale botsing
  4. Botsing aan de voorkant
  5. 25 mm (bij botsing)
  6. Botsing aan de zijkant
  7. Botsing aan de achterkant
  8. Bij een botsing betrokken cilinders
  9. een frontale botsing tussen twee treinstellen,
  10. Testprocedure voor botsing aan de achterkant
  11. Bijlage IV — Testprocedure voor botsing aan de achterkant
  12. Bijlage III — Testprocedure voor frontale botsing tegen een hindernis
  13. De extra permanente vervorming als gevolg van de tweede botsing mag niet meer dan 30 % bedragen van de permanente vervorming als gevolg van de eerste botsing.
  14. Op het ogenblik van de botsing moet het voertuig vrij rijden.
  15. De zijramen aan de kant waar de botsing plaatsvindt, moeten in ieder geval dicht zijn.