Betekenis van:
botsing
botsing (de ~ | meervoud botsingen)
Zelfstandig naamwoord
- het botsen
"een botsing van [twee werelden/een fiets en een auto]"
"een botsing tussen [een deeltje] en [een foton]"
Hyperoniemen
botsing
Zelfstandig naamwoord
- het botsen
"Er was gisteren weer een frontale botsing op de snelweg."
botsing
Zelfstandig naamwoord
- een conflict of ruzie
"Zij kwamen weer eens in botsing met elkaar."
Voorbeeldzinnen
- Botsing
- (Frontale botsing)
- Frontale botsing
- Botsing aan de voorkant
- 25 mm (bij botsing)
- Botsing aan de zijkant
- Botsing aan de achterkant
- Bij een botsing betrokken cilinders
- een frontale botsing tussen twee treinstellen,
- Testprocedure voor botsing aan de achterkant
- Bijlage IV — Testprocedure voor botsing aan de achterkant
- Bijlage III — Testprocedure voor frontale botsing tegen een hindernis
- De extra permanente vervorming als gevolg van de tweede botsing mag niet meer dan 30 % bedragen van de permanente vervorming als gevolg van de eerste botsing.
- Op het ogenblik van de botsing moet het voertuig vrij rijden.
- De zijramen aan de kant waar de botsing plaatsvindt, moeten in ieder geval dicht zijn.