Betekenis van:
bushalte

bushalte (de ~ | meervoud bushaltes, bushalten)
Zelfstandig naamwoord
  • halte waar de bus stopt
"bij de bushalte [staan]"

Hyperoniemen

bushalte
Zelfstandig naamwoord
  • een plek waar een bus stopt
"Als er vertraging is, staan hier vaak veel mensen bij de bushalte."

Voorbeeldzinnen

  1. Waar is de bushalte?
  2. Dat is de bushalte.
  3. Waar is de bushalte?
  4. Waar is de bushalte voor het museum?
  5. Kun je me de weg naar de bushalte tonen?
  6. De bushalte is hier tien minuten lopen vandaan.
  7. Laat me de weg naar de bushalte zien.
  8. In dit vreemde land zaten de mensen op de bushalte rustig op hun hurken op de bus te wachten.
  9. De beweging van de intrekbare trede mag geen letsel kunnen toebrengen aan passagiers of personen die bij een bushalte wachten.