Betekenis van:
constant
constant
Bijvoeglijk naamwoord
- onveranderlijk; steeds hetzelfde
"een constante temperatuur/snelheid"
"een constante stroom ((van) vluchtelingen/ideeën)"
Synoniemen
constant
Bijvoeglijk naamwoord
- altijd onveranderlijk, standvastig
Voorbeeldzinnen
- Deze oude auto gaat constant kapot.
- (motoren met constant toerental)
- Draaggas: waterstof (constant debiet)
- Anhydraat: maximaal 1,5 % (250 oC, constant gewicht)
- laden bij constant vermogen gedurende t1,
- Maximaal 33 % (800 oC tot constant gewicht)
- de temperatuur moet tijdens de kalibratie constant worden gehouden.
- Tussen 10 en 14 % (tot constant gewicht bij 1000 oC)
- Kalibratie van het systeem voor bemonstering met constant volume (CVS)
- De uitspoelingspercentages zijn sedert 2002-2003 vrijwel constant.
- Fase IV andere dan motoren met constant toerental:
- Tussen 10 en 14 % (tot constant gewicht bij 1000 °C)
- Niet meer dan 0,5 % (105 °C tot constant gewicht)
- Maximaal 0,01 % bij drogen op 140 oC tot constant gewicht
- Minimaal 5 % en maximaal 14 % (1000 oC, constant gewicht)