Betekenis van:
constant

constant
Bijvoeglijk naamwoord
  • onveranderlijk; steeds hetzelfde
"een constante temperatuur/snelheid"
"een constante stroom ((van) vluchtelingen/ideeën)"

Synoniemen

constant
Bijvoeglijk naamwoord
  • altijd onveranderlijk, standvastig

Voorbeeldzinnen

  1. Deze oude auto gaat constant kapot.
  2. (motoren met constant toerental)
  3. Draaggas: waterstof (constant debiet)
  4. Anhydraat: maximaal 1,5 % (250 oC, constant gewicht)
  5. laden bij constant vermogen gedurende t1,
  6. Maximaal 33 % (800 oC tot constant gewicht)
  7. de temperatuur moet tijdens de kalibratie constant worden gehouden.
  8. Tussen 10 en 14 % (tot constant gewicht bij 1000 oC)
  9. Kalibratie van het systeem voor bemonstering met constant volume (CVS)
  10. De uitspoelingspercentages zijn sedert 2002-2003 vrijwel constant.
  11. Fase IV andere dan motoren met constant toerental:
  12. Tussen 10 en 14 % (tot constant gewicht bij 1000 °C)
  13. Niet meer dan 0,5 % (105 °C tot constant gewicht)
  14. Maximaal 0,01 % bij drogen op 140 oC tot constant gewicht
  15. Minimaal 5 % en maximaal 14 % (1000 oC, constant gewicht)