Betekenis van:
controleur
controleur (de ~ | meervoud controleurs)
Zelfstandig naamwoord
- controlerend ambtenaar
"een controleur op de tram/bus/trein"
"een controleur van de mensenrechten"
Hyperoniemen
controleur
Zelfstandig naamwoord
- iemand die belast is met de controle
Voorbeeldzinnen
- Naam controleur
- Financieel controleur
- HOOFDSTUK 8 INTERNE CONTROLEUR
- Assistent financieel controleur(s)Eerste officieren
- gezien het jaarverslag van de interne controleur,
- In te vullen door de controleur.
- De interne controleur is met name belast met:
- De interne controleur kan noch ordonnateur noch rekenplichtige zijn.
- Bijdragen in natura worden geëvalueerd door een onafhankelijke controleur.
- De interne controleur kan noch ordonnateur noch rekenplichtige zijn.
- De interne controleur is met name belast met:
- De controleur beslist welke verpakkingen moeten worden onderzocht.
- De controleur ressorteert administratief rechtstreeks onder de directeur. De assistent-controleurs brengen rechtstreeks verslag uit aan de controleur.
- De functie van intern controleur bij het Bureau wordt uitgeoefend door de interne controleur van de Commissie overeenkomstig het financieel reglement.
- De controleur en de assistent-controleurs zijn onderworpen aan het geldende personeelsreglement.