Betekenis van:
dialoog

dialoog
Zelfstandig naamwoord
  • gesprek tussen twee of meer personen
"Sommige films bewijzen dat je heel veel kan tonen zonder dialoog."
dialoog (de ~ | meervoud dialogen)
Zelfstandig naamwoord
  • beraadslaging
"een dialoog met [de socialisten]"
"een dialoog tussen [twee partijen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

dialoog
Zelfstandig naamwoord
  • tweegesprek

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Concurrentiegerichte dialoog
  2. Politieke dialoog
  3. dialoog met Belgrado;
  4. Dialoog met belanghebbenden
  5. de concurrentiegerichte dialoog,
  6. DIALOOG MET SOCIAALECONOMISCHE ORGANISATIES
  7. Politieke dialoog en samenwerking
  8. Dialoog met niet-gouvernementele organisaties
  9. Versterkte politieke dialoog en politieke criteria.
  10. het bevorderen van politieke dialoog en hervormingen;
  11. De interculturele dialoog moet eveneens worden bevorderd.
  12. Mechanismen voor een maatschappelijke dialoog ontwikkelen.
  13. Deze politieke dialoog zal gericht zijn op:
  14. Deze intensieve en regelmatige dialoog heeft in Guinee-Bissau plaatsgevonden.
  15. Interinstitutionele dialoog over een gemeenschappelijk kader voor de agentschappen