Betekenis van:
doof
doof
Bijvoeglijk naamwoord
- slechthorend
"horende doof zijn"
"ik ben niet doof!"
Hyperoniemen
doof
Bijvoeglijk naamwoord
- niet of minder goed tot horen in staat zijn
"De dove man kon nog een prima leven leiden."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Ben je doof?
- Doof uw sigaret a.u.b.
- De vrouw is bijna doof.
- Ze was blind, doof, en stom.
- Helen Keller was doof en blind.
- Het vereist wijsheid om wijsheid te verstaan: muziek is niets wanneer het publiek doof is.
- Wijsheid is nodig om wijsheid te verstaan: muziek bestaat niet voor een doof publiek.