Betekenis van:
duizeligheid

duizeligheid (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het duizelig zijn

Hyperoniemen

duizeligheid
Zelfstandig naamwoord
  • het gevoel zijn evenwicht te verliezen

Voorbeeldzinnen

  1. bezorgdheid omtrent de acute toxiciteit (hoofdpijn, duizeligheid, roes, slaperigheid en functiestoornissen) en oogirritatie door de blootstelling van de ogen of bij inademing aan dampen ten gevolge van verfspuiten en het leggen van vloerbedekking;