Betekenis van:
eigeel
eigeel
Zelfstandig naamwoord
- geel als van een eidooier
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- eigeel:
- Eigeel
- Eigeel, gedroogd
- olie van eigeel (post 1506);
- Gepasteuriseerd vloeibaar ei (eiwit, eigeel of hele eieren)
- Vogeleieren uit de schaal en eigeel, anders dan ongeschikt voor menselijke consumptie
- Vogeleieren uit de schaal en eigeel, anders dan ongeschikt voor menselijke consumptie
- voor verse eieren uit de schaal, voor vogeleieren en eigeel, vermeld in bijlage I onder de posten 040700 en 0408
- voor verse eieren uit de schaal, voor vogeleieren en eigeel, vermeld in bijlage I onder de posten 040700 en 0408(3) (4)
- eigeel:– in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
- Ovoalbumine valt, daar dit product niet in bijlage I bij het Verdrag voorkomt, niet onder de landbouwbepalingen van het Verdrag, terwijl eigeel daar wel onder valt.
- van verse eieren uit de schaal, voor vogeleieren en eigeel, vermeld in bijlage I onder de GN-codes 040700 en 0408
- Vogeleieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
- Vogeleieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
- Restituties die met ingang van 21 mei 2009 van toepassing zijn op eieren en eigeel die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen